Meneer, wat is dit nou weer…

De tafels na de editorial board meeting van de fictieve The Everington Chronicle. Tijdens de meeting stonden er ook tafels in het midden, maar doordat de klas erna groter was heb ik deze weggehaald.

Foto genomen op de Ubbo Emmius SG, locatie Stationslaan.

Op elke school waar ik heb gewerkt reageren leerlingen hetzelfde wanneer het lokaal anders is ingedeeld dan de traditionele bus opstelling: "meneer, wat is dit nou weer?" - en elke variatie die hier op lijkt.

Zo ook recentelijk in mijn les. Mijn HAVO 5 klas gaat naar Billy Elliot en ter voorbereiding op de film maken ze een krant van de fictieve plaats op een random moment in 1984. Maar dit werkt niet in busopstelling; we hadden een 'editorial board meeting' en de van de tafels had ik één grote tafel gemaakt. De reacties verschilden van hele boze blikken tot "het heeft eigenlijk wel wat cools". De klas die erna kwam was ook enorm benieuwd naar wat we nou weer gaan doen. Activerende Werkvorm, mvdi!(iykyk).

Er wordt van ons verwacht dat we de leerlingen activeren en het leren zichtbaar maken. Dat moet ook wel, want leerlingen kiezen liever de weg van de minste weerstand. Maar als er íets is wat leerlingen niet activeert, is het de bus opstelling. Het is een opstelling die niet vraagt dat leerlingen iets doen - zeker niet van de leerlingen achterin of leerlingen in de 'schaduw'. Het is een opstelling die écht goed samenwerken bijna niet mogelijk maakt, en je kan je niet makkelijk bewegen. Dit heeft me aan het denken gezet: in hoeverre belemmert de bus opstelling en het verdere ontwerp van onze klaslokalen het daadwerkelijke leren van onze leerlingen?

Waar kijken we naar?

Het ontwerp van het lokaal bepaalt waar we (of ze) naar kijken en bepaalt de leerhouding. Een meer-van-hetzelfde opstelling (bus opstelling) veronderstelt dus ook dat we verwachten dat ze meer van hetzelfde leveren. Maar als je wilt dat leerlingen gaan samenwerken, moeten ze ook een houding aannemen om samen te werken. Ze moeten naar elkaar kunnen kijken, met elkaar kunnen overleggen, ruimte hebben om te staan, te lopen.

Onderzoek naar de invloed van de klassenindeling op het leergedrag van leerlingen levert best wel interessante dingen op. Een van de eerste dingen die ik tegen kom is het concept van de Active Learning Classroom, ontstaan uit het idee van de "Physics Studios" (zie Odum, Meaney, & Knudson, 2021). ALC's zijn klaslokalen die in z'n geheel zijn ingericht op het actief leren van leerlingen of studenten. Dit betekent dus dat het niet alleen gaat om tafels die in groepjes staan; ze bevatten vaak tafels die makkelijk te verplaatsen zijn, whiteboards op verschillende plekken of die ook makkelijk te verplaatsen zijn, en bieden in veel gevallen ook makkelijk toegang tot technologie. Daarnaast nemen ALC's afscheid van het idee van één centraal punt waar iedereen naar kijkt - vandaar ook de verrijdbare whiteboards of digitale schermen.

Leerlingen gaan aan bij anders

In Odum, et al. (2021) wordt beschreven hoe zelfs het type meubilair leerlingen wel of niet aanzet. In de studie, waarin ze twee verschillende ALC's met elkaar vergeleken, zaten leerlingen in één groep aan grote verrijdbare tafels (MT - mobile tables) en in de andere groep aan kleine tafels (MD - mobile desks) zoals ze die zouden gebruiken in een reguliere les. In de MT-lessen gingen leerlingen direct aan: ze praatten met elkaar, namen een actievere houding aan, en verwachtten ook andere soorten lessen. In de MD-lessen hadden leerlingen de neiging om tafels terug te zetten naar rijen, praatten ze niet met elkaar in hun groep, en wilden ze graag ook dat de docent PowerPoint lesjes ging geven.

De leraar als facilitator

Dezelfde paper (Odum et al., 2021) verwijst ook naar een onderzoek (Park & Choi, 2024) wat omschrijft hoe de docent een facilitator of learning wordt, in plaats van een traditionele docent - een uitspraak die ook past bij mijn (vakdidactische) visie op het onderwijs. Hierin speelt iets anders ook een belangrijke rol: ALC's hebben de neiging om de fysieke barrière tussen leerlingen en docent weg te nemen (zie ook Rands & Gansemer-Topf, 2017). En dat klopt ook wel, want als docent sta je niet meer voor in het lokaal, maar je moet veel meer rondlopen en je mag de ruimte gebruiken om les te geven.

Ik moest meteen denken aan de Ateliers op NHL Stenden, wat ALC's heeft ingebouwd in hun onderwijsconcept. Studenten leren via Design-Based Education, en moeten ook veel meer samenwerken en overleggen om tot hun eindproduct te komen. De lokalen zijn hier ook op ingericht: alles is aanpasbaar en sommige lokalen kunnen zelfs vergroot worden.

Community of Learning

In sommige papers wordt beschreven hoe studenten ervaarden dat ze meer in een learning community zaten en werden gemotiveerd door de relatie die ze opbouwen tijdens het leren in een ALC (Stalp & Hills, 2019). Dit is ook niet zo gek, aangezien een nadeel van een bus opstelling is dat sommige leerlingen eruit springen waar andere leerlingen (kunnen) wegvallen in de schaduw. Er is altijd een gouden clubje wat wel oplet en meedoet en altijd wel een aantal leerlingen die wegvallen omdat ze verstopt achterin zitten. Een ALC haalt deze mogelijkheden weg, en zorgt ervoor dat leerlingen ook met elkaar meer moeten doen.

Maar dan komt toch wel de hamvraag: leidt een ALC tot meer leren? Het onderzoek wat ik heb gelezen is positief, maar hou wel de slag om de arm want alles wat nieuw of anders is leidt vaak tot positieve resultaten. Daarnaast denk ik dat ook de cultuur in de school belangrijk is. Is de school ook een Community of Learning of hoppen leerlingen gewoon van de ene les naar de andere omdat het moet van de inspectie? Ik denk dat je niet met verrijdbare tafels alleen automatisch een Community of Learning creëert. Er moet een cultuuromslag plaatsvinden die ook de onderwijskundige en vakdidactische visie van de school en docenten meeneemt. Leerlingen moeten beseffen dat zij verantwoordelijk zijn voor hun leren maar dat moeten wij als docenten voordoen maar ook dragen. De school, van planten tot digibord, moet uitstralen dat we aan het leren zijn. Dat het geen hoorcollege is, maar dat je iets moet aanpakken om het te leren. Als dat goed kan, en als de ruimte er op is ingericht, kan er één grote ALC ontstaan met kleine ALC's.

Uiteindelijk was de werkvorm die ik aan het begin omschreef ook niet het ultieme antwoord. Zodra leerlingen aan de slag mochten namen ze hun laptop tevoorschijn en gingen ze spelletjes spelen; een trend die ik vaker zie. Hoe dan ook, ze zaten niet in de bus opstelling. En dat zag er cool uit.

Bronnen

  • Odum, M., Meaney, K. S., & Knudson, D. v. (2021). Active learning classroom design and student engagement: An exploratory study. Journal of Learning Spaces, 10(1), 27–42.

  • Park, E. L., & Choi, B.K. (2014). Transformation of classroom spaces: Traditional versus active learning classroom in colleges. Higher Education, 68, 749-771.

  • Rands, M. L., & Gansemer-Topf, A. M. (2017). The Room Itself Is Active: How Classroom Design Impacts Student Engagement. Journal of Learning Spaces, 6(1), 26–33.

  • Stalp, M. C., & Hill, S. E. (2019). The Expectations of Adulting: Developing Soft Skills through Active Learning Classrooms. Journal of Learning Spaces, 8(2), 25–40.

Volgende
Volgende

You either die a hero, …